| Review |
20, 1 – 2003, p. 55-56
Boekbespreking: The Miocene Land Mammals of EuropeGerard Willemsen | ||
|
Gertrud E. Rössner en Kurt Heissig (red.) The Miocene Land Mammals of Europe. Verlag Dr. Friedrich Pfeil, München,1999. 515 a ina s, gebonden, geïllustreerd in zw/w. ISBN 3-931516-50-4. Prijs 140 Euro Met dit boek, dat verschenen is ter ere van Volker Fahlbush, heeft men werkelijk een monumentaal werk uitgegeven, dat uiterst waardevol is voor ieder die zich met zoogdierpaleontologie bezig houdt. Het eerste dat opvalt is de gedegen uitvoering van dit lijvige boekwerk (515 pagina's). Het boek is in een stevig kaft gebonden en gedrukt op een goede kwaliteit papier. Het is rijk geïllustreerd in zwartwit. Het eerste gedeelte van het boek behandelt stratigrafische thema's. Steininger geeft goede overzichten van de diverse indelingen van het Mioceen die in gebruik zijn. Zowel in dit hoofdstuk als in een hoofdstuk van P. Mein wordt de biostratigrafische MN zonering behandeld, elk vanuit een eigen gezichtspunt. Het inleidende gedeelte wordt afgesloten met een overzicht van de paleogeografie van het Mioceen, waarin de verschillende stadia van de gebeurtenissen rond de huidige Middellandse Zee op een duidelijke manier gepresenteerd worden. Het verreweg grootste gedeelte van het boek (39 van de 46 hoofdstukken) behandelt de verschillende zoogdiergroepen op een systematische manier. Onder de vele auteurs (44 in getal), zoals Ginsburg, Von Koenigswald, Heissig, Engesser en vele anderen, treffen we ook een aantal Nederlanders aan: Jan van der Made, Hans de Bruijn, Wilma Wessels, Matthijs Freudenthal en Remmert Daams. De systematische hoofdstukken bevatten in het algemeen een inleiding op de groep, een systematisch overzicht van de verschillende soorten en vindplaatsen (veelal nog eens samengevat in overzichtelijke tabellen) en een gedeelte dat de evolutie van de onderhavige groep behandelt. Ook minder bekende en minder algemene groepen komen uitgebreid aan de orde, zoals bijvoorbeeld de Pholidota (schubdieren), de Marsupialia (buideldieren) en de pas in de jaren 80 uit Europa beschreven Camelidae (kamelen). |
Het systematische gedeelte valt op door zijn compleetheid en zijn overzichtelijkheid. Ondanks het feit dat verreweg de meeste Miocene soorten aan de orde komen is het toch geen opsomming geworden. Alle hoofdstukken geven een schat aan informatie over morfologie, evolutiegeschiedenis en geografische en stratigrafische verspreiding. Wel moet gezegd worden dat sommige groepen meer beknopt aan de orde komen dan anderen. De verschillende knaagdiergroepen krijgen verhoudigsgewijs veel ruimte, vergeleken met bijvoorbeeld roofdieren. Maar dat kan gerechtvaardigd worden door het stratigrafische belang van deze groep en de veelheid aan materiaal. De pretentie van het boek is een complete behandeling van alle valide soorten en andere taxa te geven. Zo'n pretentie is altijd riskant, en ook in dit geval kan men de pretentie wel bijna, maar niet geheel waar maken. Enkele soorten zal men tevergeefs zoeken. Een voorbeeld is de endemische otter Paralutra garganensis uit de Gargano, die al in 1983 beschreven is. Ginsburg noemt alle overige lutrinen uit het Mioceen van Europa (en dat zijn er niet zoveel), maar mist deze. Overigens is zijn hoofdstuk over de Carnivora van hoge kwaliteit. Een ander voorbeeld van een ontbrekende soort is de aap Pliopithecus piveteaui. Waar deze omissies op berusten is onduidelijk. Vermoedelijk hebben de betreffende auteurs ze gewoon gemist. Aan de andere kant vindt men in het boek afbeeldingen van de nog maar recentelijk (1996) beschreven Dryopithecus uit Spanje. Het boek sluit af met een aantal hoofdstukken die relaties van de Europese Miocene zoogdierfauna's met andere continenten behandelen. Jan van der Made geeft een uitstekend overzicht van de relaties tussen Europa, Afrika en India en de fauna-uitwisseling die tijdens het Mioceen optrad, waarbij hij de details nog eens samenvat in een overzichtelijke tabel. Mary Dawson behandelt hetzelfde thema met betrekking tot Noord Amerika. Ook de relaties tussen Europa en China komen aan de orde in een eigen hoofdstuk. Tenslotte moet het hoofdstuk van Moyà-Solà e.a. genoemd Worden, dat gaat over endemische eilandfauna's in het Middellandse Zeegebied. Hier komen fauna's van o.a. Sardinië, Gargano, Toscane (Maremma) en de Balearen aan de orde. De auteurs gaan in op de samenstelling van deze fauna's en op de min of meer typische aanpassingen van eilandzoogdieren. Een register van namen van taxa en een register van vindplaatsen sluit het geheel af. Over het geheel genomen is dit boek een bijzonder welkom naslagwerk. Wie zich met zoogdierpaleontologie bezig houdt zal er zeker vaak naar grijpen en het boek is de tamelijk kostbare investering zeker waard. Adres van de auteur Dr Gerard Willemsen |
|
| Copyright © 2013 Verlag Dr. Friedrich Pfeil |
[1438]